In het bos, vlakbij Fredeshiem, zie ik een keurige oude man zitten. Zijn ouderwets uitziende en goed onderhouden fiets, met een gekruist frame, ( geen heren of dames dus onzijdige) staat tegen de rugleuning van de bank. : "U zit hier hier heerlijk in het zonnetje" zei ik. :"Ja, even een kleine pauze en dan ga ik weer". De man vertelde dat hij vaker op dit bankje zat omdat het hem herinnerde aan vroegere tijden toen hij met zijn vrouw al veel fietste. Ze pauzeerden en aten dan hun boterhammetje hier altijd. De keurig geklede man met een smetteloos wit overhemd  vertelde me dat zijn vrouw al enige jaren geleden was overleden. Daar zij het belangrijk vond dat hij er altijd netjes uitzag hield hij dit maar vol, zei hij met een glimlach. In mijn werkzame leven binnen de psychiatrie was ik ook altijd netjes gekleed.  De vitale man zag waarschijnlijk dat ik nogal onderzoekend keek: "Hoe oud denkt u dat ik al ben?" Ik antwoordde: "Daar u op mij nog heel vitaal overkomt denk ik aan ruim zeventig". Zijn antwoord kwam met een lichte twinkeling in zijn ogen toen hij zei: "Ik ben al ruim negentig. "Na enige tijd werd duidelijk dat de man verder wilde en pakte kordaat zijn stalen ros. Hij ging naar de weg en sloeg, als een jonge vent zijn rechterbeen over het zadel en verdween snel uit het zicht. De manier waarop deze man op zijn fiets stapte confronteerde mij pijnlijk met mijn werkelijkheid. Regelmatig zie ik hem in de stad zonder dat er een verandering in fiets of outfit is vast te stellen. Het zou voor de hand liggen dat er zo langzamerhand was overgestapt op een electrische fiets o.i.d.

vitale oude man

Terug