*Den Ham

De kerk is, naast het grootste deel van de bebouwing, volledig bij de "grote brand " begin 1900 in vlammen opgegaan. Afbeelding is opgenomen omdat uit allerlei stukken blijkt dat de Harwigs, welke in en rond Vriezenveen zijn geboren, daarin zijn gedoopt en getrouwd.

kerk
Het Hammer doopvont (onder) als pronkstuk in het rijksmuseum Enschede. Aangenomen mag worden dat de Harwigs uit Den Ham hier hun borelingen ten doop hielden.

doopvont1

Bron Digibron.nl
Doopvont als voerbak
Na de Reformatie zijn de grote koperen of stenen doopvonten in de doopkapel of vlak bij de ingang van de toren uit de kerken verwijderd of zelfs vernietigd. Dat was vaak vanwege de afbeeldingen op de vont, alsmede het bijgeloof waarmee de roomse doop vaak gepaard ging.
Ds. M. van Kooten
In plaats van de verwijderde doopvonten kwamen er doopbekkens, die aan de kansel werden bevestigd om daarmee te symboliseren dat Woord en sacrament een eenheid dienen te zijn. Soms kwam het doopbekken zelfs op kanselbijbelhoogte te hangen, om het sacrament voor de hele gemeente zichtbaar te maken. De vader hield dan staande op een doopstoel naast de kansel zijn kind ten doop.
Met de oude doopvonten ging men dus uiterst rigoureus om. Als "stedendwinger" Frederik Hendrik, die veel plaatsen in het tweede deel van de Tachtigjarige Oorlog van de Spaanse tirannie bevrijdde, er geen stokje voor had gestoken, zouden ook de grote koperen doopvonten -zoals in Breda, 's-Hertogenbosch en Zutphen- onder de slopershamer zijn gekomen toen hij deze kerken herwon voor de gereformeerde eredienst.
De verwijderde stenen doopvonten werden vaak op het kerkhof of in de kerk begraven. Bij de restauratie van de kerk in het Gelderse Almen werd de doopvont onder de vloer van de kerktoren aangetroffen. In Nieuw-Loosdrecht vond men de vont begraven in de pastorietuin. Bij de restauratie van de Grote of Sint-Michaelskerk van Oudewater in 1850 werd in de grond een fraai achthoekig hardstenen doopvont ontdekt.
Niet alle doopvonten werden ingegraven. Veel doopvonten fungeerden als van alles en nog wat. Er zijn er die gebruikt werden om het water uit de kerkgoot op te vangen. Dat was vooral het geval met doopvonten die op een vat leken en waarin kinderen werkelijk waren ondergedompeld. De doopvont van de Dorpskerk te Houten heeft jarenlang als bloembak de pastorietuin opgesierd.
Ds. J. van der Haar was het die zich inzette voor rehabilitatie van dit liturgisch voorwerp. De doopvont van de Oude Kerk van Ermelo werd buiten de kerk omgekeerd. Na kerktijd hield de koster er zijn "kerkenspraak": hij deelde de kerkgangers allerlei dorpsnieuws met dat niet op de kansel thuishoorde. De unieke doopvont van de Oude Kerk van Haamstede diende jarenlang als trog voor het vee in een wei achter een bierbrouwerij in de nabijheid van de kerk.
In de rooms-katholieke kerk van Papendrecht staat een doopvont die afkomstig is uit een klooster dat bij de Sint-Elisabethsvloed verloren is gegaan. Die vont werd in 1940 bij een boer in Kijfhoek ontdekt. Hij had de achthoekige stenen schaal als voederbak voor de koeien gebruikt. Dat was ook het geval met de oude doopvont van Den Ham of Hellendoorn - de archeologen zijn het over de plaats van herkomst niet eens. In ieder geval ontdekte de geschiedvorser mr. G. J. ter Kuile de vont op een boerendeel. Hij schrijft daarover in het boek "Twentsche eigenheimers" als volgt:
"Op een zeldzame mooie herfstdag, september 1927, fietste ik in de buurt van Made en Daarle onder Hellendoorn, mooi stil wijd land, tot een lekke fietsband mij de deel deed binnenstappen van een eenzame Daarler hoeve. In het tweelicht der deel maakte ik met de boer een geschikt inleidend praatje over zijn vee en paard, toen mijn oog viel op de voerbak en paardenkrib. Ik geloofde mijn ogen niet. Voor driekwart gedeelte ingemetseld en dus grotendeels buiten het gezicht blijvend, blijkt daar een fraai rijk bewerkt romaans doopvont tot dit wel zeer profaan gebruik te zijn vernederd!
Om heel kort te gaan (voorzichtig en langdurig overleg en onderhandeling volgden natuurlijk!), het rijk met wingerdranken en lijnversieringen georneerde bentheimerstenen doopvont werd eindelijk verkregen. Ten slotte door bevoegde onderzoekers gedefinieerd als zuiver, stijlvol romaans doopvont, herkomstig uit de Oude kerk van Den Ham is nu dit uitnemend monument een sieraad geworden van het rijksmuseum Twente in Enschede."
In het boek van G. J. ter Kuile is een foto opgenomen van de doopvont op de deel van de Daarler hoeve. Een paard staat te likkebaarden bij de vont. Onbegrijpelijk dat men zo omging met de voorwerpen om het sacrament van de heilige doop te bedienen aan de kinderen der gelovigen. Een doopvont als voerbak. En toch ook heel betekenisvol. Want de doop is in wezen toch niet anders dan een rijke pleitgrond voor mensen die zichzelf leerden kennen als een groot beest bij God.
En waar werd de Heere Jezus neergelegd nadat Hij was geboren? "Zij legden Hem neder in de kribbe omdat voor Hem geen plaats was in de herberg", vermeldt ons het Lukasevangelie. Zo is Hij gekomen in de vuilheid en onreinheid van ons bestaan om zo zondaren zalig te maken. Gerrit Achterberg, die dit jaar een eeuw geleden geboren werd, dichtte: "Voor dieven, hoeren, honden, zondaren altemaal (...) en mijzelve in het bijzonder."
Nu we de link van doopvont naar de kribbe van Bethlehem hebben gelegd, wil ik ten slotte wijzen op een apocrief evangelie, het zogenaamde pseudo-Matthéüsevangelie. In dat evangelie lezen we dat een os en een ezel Christus in de kribbe vereerden opdat de Schriften zouden worden vervuld: "Een os kent zijn bezitter en een ezel de krib zijns heren."
Op veel middeleeuwse en latere afbeeldingen van de geboorte van Christus zien we dan ook os en ezel afgebeeld, blikkend in de kribbe. En in de rooms-katholieke kerststalletjes ontbreken de os en de ezel ook niet. Wij halen daarbij de schouders op omdat uiteindelijk het echte, canonieke Evangelie er niet van rept. Maar Luther vond de passage uit pseudo-Matthéüs zo mooi dat hij zei: "Ik zou graag zo'n reine os hebben willen zijn." Wie niet?

Terug